We vervolgen onze wandeling door de Dorpsstraat, deze straat heeft ontzettend veel fotogenieke gevels. Deze straat heeft dan ook maar liefst vijftien rijksmonumenten dus de 17e en 18e eeuwse gevels zijn beschermd. Zo lopen we langs een oude boerenleenbank en zien we tussen de bomen zelfs Tibetaanse gebedsvlaggetjes wapperen. Ook komen we langs een verlaten naaigarenwinkel die meteen mijn verbeelding op hol laat slaan. Met de geopende pakken wol op de tafel en de vergane planten, ziet het dan ook uit alsof er iemand op vrijdagavond de deuren sloot en nooit meer terug kwam… Er hing een poster op de deur van 2013 en toch was er een plant die nog (wat) leefde: een graslelie. Dit is dus een ideale plant voor mensen zonder groene vingers als ie zelfs 2 jaar zonder water overleeft 😉 Dorstig van onze wandeling duiken (pun intended) we de bruine kroeg De Schelde in, die uitgebaat wordt door de eigenaars van de duikshop een deur verder. Bruiner dan dit wordt het niet: een houten interieur, zwart-wit foto’s aan de muur, van die gouden meneertjes en mevrouwtjes op de wc-deuren, cola van de fles en soep en een tosti op de kaart. Het pronkstuk van het interieur is toch wel een antieke duikerspak van de jaren stillekes, indrukwekkend om te bedenken dat men vroeger met zo’n zwaar pak en een ijzeren helm het water in ging. Duiken is hier trouwens ook populair: de dijk was bezaaid met auto’s en mensen in wetsuits. De Oosterschelde biedt blijkbaar goede zichtbaarheid en je kan op verschillende plekken het water in.





